Honderdduizenden literaire professionals en andere boekliefhebbers bezoeken deze week weer de Frankfurter Buchmesse, waar Nederland en Vlaanderen dit jaar ‘Schwerpunkt’ zijn. Maar wat is er buiten het beursterrein te beleven?

Een foto van het artikel 'Frankfurt: van diepgewortelde boekentradities tot hipsterwijkjes' in Trouw.

VOOR

Trouw

WAT

reisreportage

WANNEER

oktober 2016

LINK

De grote Goethe was, het is geen geheim, zijn tijd ver vooruit. Ik bewonder het favoriete bureau van de grote Duitse schrijver en wetenschapper in zijn geboortehuis in Frankfurt am Main. Modern is het bureau allerminst. Het eenvoudige, grijsgeschilderde houten geval steekt schril af bij het andere naast het raam, met allerlei lades en vakjes – alleen de potjes inkt en ganzenveren ontbreken. Nee, het favoriete bureau van Johann Wolfgang was een stabureau. Dat zitten het nieuwe roken is, weten wij pas sinds kort. Hij wist het eeuwen geleden al. Aan dit stabureau tekende Goethe de eerste versies van zijn beroemde ‘Faust’ op.

Ik vergaap me ongegeneerd aan de parafernalia. Johann Wolfgang is uiteraard vooral verbonden met Weimar, waar hij het grootste deel van zijn leven woonde, maar in dit statige huis aan de Großer Hirschgraben kwam hij in 1749 ter wereld, als zoon van welgestelde ouders. Dat is te zien in het huis: vitrinekasten met rococo-porselein, een waterpomp in de keuken (abnormaal voor die tijd), een astronomisch uurwerk. Ik vervolg de bezichtiging via de brede houten trap, waarvan het gekraak wordt overstemd door bouwgeluiden. Direct naast het Goethe Haus wordt namelijk het Deutsches Romantik-Museum gebouwd, dat in 2018 opengaat. Ook hier binnen zijn werklieden in de weer met afplaktape en plastic folie, druk met voorbereidingen voor renovaties. Ik duik de bibliotheek in, waar honderden dikke, in leer gebonden boeken staan, een reconstructie van de bibliotheek die zijn vader Johann Caspar aanlegde. Al staan de boeken achter glas, het historisch drukwerk betovert nog steeds. Ik stel me voor hoe de jonge Goethe uren aan de leestafel moet hebben doorgebracht, de collectie van zijn vader verslindend. Zou hij misschien ook naar de Buchmesse zijn gegaan?

De boekentraditie is diepgeworteld in Frankfurt en niet alleen omdat Goethe er geboren is. Al vijfhonderd jaar lang wordt de Buchmesse georganiseerd – zo’n beetje sinds de opkomt van de boekdrukkunst. Maar is Frankfurt ook een reis waard buiten de Buchmesse om? Het is niet alleen literatuur die de culturele kaart van Frankfurt kleurt, zo blijkt als ik het centrum en de oevers van de Main verken. Ik wurm me langs de selfiesticks op de Römerberg, het schilderachtige middeleeuwse stadhuisplein, om verderop via de Eiserner Steg, de ijzeren voetgangersbrug, de Museumsufer aan de overkant te bereiken. Een stel hangt het zoveelste slotje als liefdessymbool aan de brug, de accordeon-speler mompelt chagrijnig als ze zonder hem iets te geven hun weg vervolgen. Als eerste stuit ik op een groot, wit gebouw met veel glas: het Museum Angewandte Kunst, een van de vijftien musea die op loopafstand van elkaar aan de oever gevestigd zijn. Aangenaam verrast dompel ik me onder in de toegepaste kunsten, vooral design en mode.

Uren later wandel ik terug naar het centrum via de Alte Brücke, de oudste van de stad, en kom uit in de straat die ‘Schöne Aussicht’ heet. Uitkijkend over de rivier zie ik rechts de imposante Driekönigskirche afgetekend tegen de horizon, met in de verte glazen wolkenkrabbers die de skyline van Frankfort zo typeren. Het Bankenviertel, waar onder meer de Europese Centrale Bank, Commerzbank, Citibank, Heleba en de Frankfurter Sparkasse zetelen.

Links is het statige Main Plaza te zien, een kloek hotel in de typische jarendertigstijl van New York, met gouden tegels boven op de toren, die glinsteren in het zonlicht. Frankfurt is een welvarende stad. Is het hier dan echt al goud wat er blinkt?

Als een rivier van forenzen mondt de Kaiserstrasse uit in het Bahnhofsviertel, de wijk bij het centraal station waar steeds meer hippe bars en winkels opduiken. Maar het is ook nog altijd de wijk van bordelen en verslaafden. Schuin tegenover een ‘Erotikshop’ zit ‘Der Fette Bulle’, een van de hippe restaurants van de straat. Het is er afgeladen vol, maar ik weet een plekje te scoren op het terras. Jonge bankiers wachten met een pul bier op hun burger, terwijl iets verderop een dakloze zich tegen de muur heeft geïnstalleerd. Hij wacht op een aalmoes.

Het is misschien even wennen om onderweg naar je hotel ongemerkt in de rosse buurt van Frankfurt te belanden, maar tegelijkertijd is dat precies wat de stad bijzonder maakt. Waar anders vind je een winkel als ‘Transnormal’, waar wie wil zich voor een dagje tot vrouw kan transformeren, terwijl om de hoek hipsters aan hun veganistische cappuccino nippen? Dat contrast, besluit ik, is goud waard.