Ruim een derde van de Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond ervaart discriminatie. Toch is er pas vorig jaar uitgebreid onderzoek gedaan naar anti-Aziatisch racisme en slechts enkele gemeenten maken er beleid voor. ’Mensen snappen nog steeds niet dat ‘sambal bij’ geen onschuldig grapje is.’

Afbeelding van het artikel over anti-Aziatisch racisme op OneWorld.nl

VOOR

OneWorld.nl

WAT

artikel

WANNEER

september 2025

‘Sambal sambal sambal bij bij bij, bami pangang, tjap tjoyoyoy, hoe lang is een Chinees…’ Al springend en feestend zingt een professioneel Nederlands volleybalteam deze tekst in de kleedkamer na afloop van een gewonnen wedstrijd. Ze plaatsen een video ervan op social media. Rui Jun Luong van Asian Raisins, een stichting die strijdt tegen anti-Aziatisch racisme, merkt op dat het lied racistisch is – en kort daarna verdwijnt de video offline. In haar Instagram-reeks Keeping up with the racists becommentarieert ze regelmatig dit soort racistische video’s of tv-fragmenten.

In Nederland is het bestaan van anti-Aziatisch racisme een lang gemist perspectief, vindt Luong. Daarom reageren de makers van zulke video’s ook allemaal hetzelfde: “Het was niet de bedoeling, ze wisten het niet… maar de impact is dan allang gemaakt.” Zelfs als anderen in de comments al opmerken dat de content racistisch is, verwijderen de makers de video’s meestal pas nadat Luong ze in het openbaar analyseert. “Ik maak deze video’s niet voor hen, maar voor andere mensen die zo hopelijk meer bewustzijn krijgen over anti-Aziatisch racisme. Want mensen snappen nog steeds niet dat ‘sambal bij’ of ‘ni hao’ roepen naar iemand die er Aziatisch uitziet geen onschuldig grapje is.”

Ruim een derde van alle Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond ervaart discriminatie, blijkt uit onderzoek uit 2024. Dit is het éérste grootschalige onderzoek naar discriminatie van Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond. Ter vergelijking: een van de eerste sociaalwetenschappelijke onderzoeken naar racisme op de Amsterdamse arbeidsmarkt stamt uit 1977.

Eerste grote onderzoek naar anti-Aziatisch racisme

Hoewel een derde van de Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond discriminatie ervaart, verschilt die ervaring van groep tot groep: bij mensen met een Chinese achtergrond (81.735 in Nederland) gaat het zelfs om de helft, maar bij mensen met een Indonesische achtergrond (352.266 in Nederland) is het twee op de tien. Bij mensen met een overige herkomst uit (Zuid-)Oost-Azië ervaren meer dan vier op de tien mensen discriminatie. Het gaat dan niet alleen om naroepen op straat, maar ook om pesterijen op het werk of op school (zowel door andere leerlingen als docenten), vaak afgewezen worden bij sollicitaties of in enkele gevallen zelfs bedreiging en fysiek geweld.

Dat bredere bewustzijn van anti-Aziatisch racisme waar Luong naar streeft, kwam er pas tijdens de coronapandemie, toen Nederlanders met een Aziatische achtergrond veelvuldig werden uitgescholden, bespuugd en zelfs mishandeld. Uit een verkennend onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) uit 2021, bleek dat Nederlanders met een Aziatische achtergrond vaker werden uitgescholden dan voor de pandemie en banger waren voor fysiek geweld. Toenmalig minister Koolmees (D66) van Sociale Zaken gaf daarna opdracht tot het grootschalige onderzoek, dat bevestigt dat anti-Aziatisch racisme structureel is, en niet alleen tijdens de pandemie voorkwam.

Racistische grap

Hoewel gemeentes tot nu toe vooral beleid maakten om anti-Zwartracisme, antisemitisme, islamofobie en lhbti+-discriminatie tegen te gaan, neemt ook bij hen aandacht voor deze specifieke vorm van racisme toe. Terwijl zulk op één groep toegespitste beleid essentieel is. “Uit onze onderzoeken weten we dat specifiek beleid voor gemarginaliseerde groepen belangrijk is om discriminatie tegen te gaan”, zegt Fayaaz Joemmanbaks, onderzoeker bij KIS. “Maar als geen enkele ambtenaar binnen een gemeente oog heeft voor een specifieke minderheid, dan wordt er geen onderzoek naar gedaan en ook geen beleid gemaakt. Langzaamaan verandert dat: bij gemeentes als Amsterdam en Den Haag zijn ze nu bezig met apart beleid om discriminatie van deze groep aan te pakken.”

Toch maakte de gemeente Amsterdam dit jaar nog een gigantische misser, volgens Luong en vele anderen. In het jubileumboek Mijn jarige stad dat basisschoolleerlingen kregen ter ere van het 750-jarige bestaan van de stad, staat een racistische grap over Chinese toeristen. De uitgever van het boekje bood excuses aan en deelde stickers uit om over de grap heen te plakken. “Asian Raisins en andere Nederlands-Aziatische organisaties gingen in gesprek met burgemeester Halsema”, vertelt Luong. “De gemeente wees naar de uitgever als verantwoordelijke, maar het is wel de gemeente die ervoor heeft betaald. Ze lijken ons nog steeds niet serieus te nemen.” Een woordvoerder van de burgemeester bevestigt dat de uitgever verantwoordelijk is voor de inhoud, ongeacht de financiële bijdrage van de gemeente. “Het was een goed en open gesprek; we begrijpen dat mensen gekwetst zijn”, aldus de woordvoerder.

Het gevoel dat (overheids)instanties hen niet serieus nemen leeft sterk onder Nederlanders met een Aziatische achtergrond, blijkt uit de eerdergenoemde onderzoeken. Bij mensen die discriminatie hebben ervaren, is dat gevoel nog sterker. Dat anti-Chinees sentiment van de Nederlandse overheid was begin vorige eeuw onderdeel van beleid, ziet Kioe Bing Yap, die de geschiedenis van Chinezen uit Indonesië onderzoekt. Toen Nederlandse havenarbeiders begin jaren twintig staakten, haalden de scheepvaartbedrijven arbeiders uit China om in de havens van Rotterdam en Amsterdam te werken. Nadat de economie in de jaren dertig instortte, werden de Chinese arbeiders ontslagen, waarop de regering besloot velen van hen zonder pardon te deporteren. In een beleidsstuk uit de jaren dertig over dit ‘probleem’ stond de aantekening ‘Chinezen en ander Aziatisch ongedierte’.

Begin twintigste eeuw was er ook een andere groep Chinezen die naar Nederland kwam, namelijk vanuit toenmalig Nederlands-Indië. Veel Chinese families woonden er al generatieslang, maar werden achtergesteld, weet Yap. “Alleen rijke families konden tegen een hoge prijs hun kinderen naar een Nederlandse school in Indonesië sturen.” Een klein deel van deze leerlingen kon in Nederland studeren: zo reisde Yaps vader in 1936 naar Leiden voor een studie Farmacie. “Toen hij in 1946 met mijn Nederlandse moeder trouwde, kreeg hij niet de Nederlandse nationaliteit. Sterker nog, die van mijn moeder werd zelfs afgenomen.”

‘Modelminderheid’

Ook de Nederlandse grootmoeder en de Nederlandse moeder van David Zee, die een boek schreef over zijn familiegeschiedenis, verloren hun staatsburgerschap toen ze trouwden met een Chinese arbeider. Hoe vaak dat precies voorkwam is niet bekend, maar de Leidse hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen bevestigt dat het tot de Tweede Wereldoorlog gangbaar was. “Chinese arbeidsmigranten en andere Aziatische migranten waren volgens de wet ‘vreemdelingen’. Nederlandse vrouwen die met een ‘vreemdeling’ wilden trouwen werden niet alleen vaak verstoten door hun familie, maar verloren ook hun staatsburgerschap. Zij werden juridisch Chinees en daarmee een ‘vreemdeling’, net als de kinderen die uit de huwelijken voortkwamen.” Pas sinds 1964 heeft een migrant recht op de Nederlandse nationaliteit als die met een Nederlandse burger trouwt.1

Volgens Luong ligt daar deels de oorzaak van de ‘geslotenheid’ van de Chinese gemeenschap. “Die geslotenheid ontstond noodgedwongen: zonder Nederlands paspoort had je veel minder rechten: je kon niet bij de overheid aankloppen als je hulp nodig had of een lening afsluiten bij de bank”, zegt Luong, die het verhaal van Zee optekende. “De Aziatische migranten moesten dus wel in hun eigen gemeenschap op zoek naar hulp. Dat ze alles zelf oplosten, droeg bij aan het idee van de ‘modelminderheid’.”

Het frame dat Aziatische migranten weinig problemen ervaren en veroorzaken, lijkt vooral te spelen bij de eerste generatie migranten met een Aziatische achtergrond. Uit het grote onderzoek uit 2024 blijkt dat 58 procent van de eerste generatie Chinese migranten discriminatie ervoer, tegenover 70 procent van de tweede generatie. “Veel mensen uit de eerste generatie erkennen racisme niet eens, wat het verschil in de cijfers kan verklaren”, zegt Luong. Ze herkent dat ook bij haar eigen ouders: die laten discriminatie eerder ‘van zich afglijden’. “Als je een restaurant runt en je klanten zijn racistisch, dan ga je daar niet tegenin want je wil geen klanten verliezen.”

De jongere generatie herkent discriminatie wel en spreekt zich er ook steeds vaker over uit, maar meldt het nauwelijks bij officiële instanties. Discriminatie.nl laat weten anti-Aziatisch racisme tot nu toe niet structureel apart te registreren, maar toekomstige meldingen wel te kunnen onderverdelen in subcategorieën, zoals anti-Zwart racisme of anti-Aziatisch racisme. In 2023 waren er wel 171 meldingen met de toevoeging ‘uiterlijke kenmerken: Aziatisch’, wat neerkwam op 5 procent van de meldingen op grond van herkomst/huidskleur. Eén keer werd discriminatie wel massaal gemeld door de Aziatische gemeenschap: over het lied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’ dat Radio 10-dj Lex Gaarthuis aan het begin van de coronapandemie maakte, kwamen uiteindelijk meer dan 4000 meldingen binnen.

Mensen maken geen melding van discriminatie, omdat ze denken dat er niks mee wordt gedaan of omdat er wantrouwen is tegenover instanties, weet Rui Jun Luong uit eigen ervaring. Hetzelfde hoort ze van de achterban van Asian Raisins. “Ik heb in het verleden melding gemaakt van online discriminatie bij Mind (tegenwoordig heet dit Meld.Online Discriminatie, red.), maar ik kreeg terug dat het geen discriminatie betrof”, zegt ze. “Ook heb ik gemeld bij Discriminatie.nl, maar die verwezen me door naar Mind. Ik heb zelfs aangifte van discriminatie gedaan bij de politie, maar daar werd ik niet serieus genomen. Bij geen enkele poging heb ik het gevoel gehad dat ik gehoord werd.”

Uitputtend

Luong opende bij Asian Raisins zelf een meldpunt. “Wij zijn een kleine stichting en werken alleen met vrijwilligers, dus we hebben niet de capaciteit om persoonlijk op de meldingen in te gaan”, zegt ze. “Wel gebruiken we de meldingen om bewustzijn te creëren, bijvoorbeeld door aandacht te geven aan racistische video’s die mensen zijn tegengekomen.” Ondanks haar eigen negatieve ervaring blijft ze mensen aanmoedigen om discriminatie te melden, zowel bij hun eigen meldpunt als officiële instanties. “Het is het enige wat we kunnen doen, naast blijven schreeuwen. Ik blijf het benoemen, online en offline, hoe uitputtend dat ook is.”