De nieuwste Nicci French, Verkeerde afslag, is nog maar net verschenen of staat al (bijna) bovenaan in de Hebban Rank en De Bestseller 60. Nicci Gerrard en Sean French waren kort in Nederland om hun nieuwe boek te promoten. Hebban sprak het Britse schrijversduo op het kantoor van hun Nederlandse uitgever over femicide, hun personages én elkaar voorlezen.

Een afbeelding bij het interview met Nicci French op Hebban.nl.

VOOR

Hebban.nl

WAT

interview

WANNEER

mei 2026

‘Toen ik journalist was, was het mijn grootste angst dat het niet zou werken,’ zegt Sean French als ik mijn voicerecorder naar hem toe schuif. Nicci Gerard haakt daar op aan: ‘Bij mij is het ooit misgegaan, toen ik Margaret Atwood interviewde. Thuis kwam ik erachter dat er niets was opgenomen. Ik nam contact met haar op en ze zei: “Oh, verzin maar wat.”‘ Nogmaals kijk ik naar het rode lampje op de voicerecorder. Het brandt.

De nieuwste thriller van Nicci French mag dan oorspronkelijk in het Engels geschreven zijn, Verkeerde afslag verschijnt eerder in het Nederlands. ‘Het boek komt volgend jaar uit in Engeland en de titel is Don’t Answer the Door,’ zegt French. ‘Begin niet over titels,’ vult Gerrard aan, als ik opmerk dat de titels geenszins op elkaar lijken. ‘Titels zijn al zo moeilijk en soms kun je ze gewoon niet goed vertalen. Daarom lijken sommige titels totaal niet op elkaar, andere weer wel. Er wordt vooral gekeken wat een publiek in de betreffende taal zou aanspreken.’

Domestic noir

Wat lezers in elke taal aanspreekt, getuige het decennialange succes van de Nicci French-boeken, is het moordmysterie dat ook nu weer opgelost moet worden. In Verkeerde afslag wordt Amy Barton, ondernemer en moeder in een jong gezin, vermoord in haar huis aangetroffen – kort nadat ze haar affaire heeft verbroken. Een typisch geval van femicide, denkt de politie, de boze echtgenoot moet de dader wel zijn. ‘De thrillers van Nicci French zijn bijna altijd domestic noir,’ zegt Gerrard. ‘We schrijven over het gevaar achter de voordeur, over geliefden die je plotseling niet meer kunt vertrouwen, of het besef dat je jezelf niet meer kunt vertrouwen. Het zijn die intieme angsten die ons op ideeën brengen. In dit boek gaat het om een alledaags gezin, maar de vrouw heeft een verkeerde afslag genomen – om de Nederlandse titel te quoten. Ze heeft één fout gemaakt; dan wordt ze dood aangetroffen. Natuurlijk gaat het verhaal om wie het gedaan heeft, maar het gaat ook over het uit elkaar vallen van een gezin en de vraag of dat gezin nog gered kan worden.’

French vult aan: ‘Een van de dingen die ons fascineert is de kwetsbaarheid van het leven. Eigenlijk zijn we allemaal maar één fout verwijderd van het instorten van ons leven. Dat vinden wij beangstigender dan een terroristische aanslag.’

Juist die persoonlijke angsten, die iedereen herkent, weten de twee schrijvers aan te boren in hun thrillers. ‘Een “gewoon” gezin bestaat niet,’ zegt Gerrard. ‘Elk gezin heeft problemen of geheimen waar ze niet over praten. Onder de oppervlakte is er altijd een maalstroom aan angsten, onzekerheden en verlangens. En het geweldige aan een thriller is dat je deze angsten en onzekerheden kan laten opborrelen.’

Tijdperk van haat

Wanneer Amy Barton vermoord wordt aangetroffen, is haar echtgenoot onmiddellijk verdacht. Een logische verdenking, aangezien dat vaak de realiteit is. In Nederland worden jaarlijks vijfenveertig vrouwen vermoord, van wie driekwart door hun (ex-)partner. ‘In het Verenigd Koninkrijk zullen de cijfers hoger zijn, omdat daar meer mensen wonen,’ zegt Gerrard. ‘Sommige gevallen komen in het nieuws, maar ondertussen zijn er veel meer vrouwen die vrezen voor hun leven. Zelfs als ze naar de politie zijn gestapt voor hulp, lopen ze nog steeds gevaar. Dat sluit aan bij de manier waarop wij over angst nadenken: het gevaar komt niet van de verwarde man in de bosjes, maar van iemand die dichtbij je staat.’

Grote maatschappelijke problemen, zoals dit keer geweld tegen vrouwen, komen terug in de Nicci French-thrillers, maar het is nooit het doel van de auteurs om deze expliciet aan te kaarten. ‘Fictie is niet bedoeld om een ideologische boodschap over te brengen,’ zegt Gerrard. ‘Maar natuurlijk leven wij als schrijvers ook in deze wereld, in deze cultuur, en denken we na over hoe levens beschadigd raken en eindigen.’

En die wereld is enorm veranderd de afgelopen decennia, vult French aan. ‘Ik voel me een beetje bezwaard om dit als man uit te leggen, maar er is natuurlijk een enorme verschuiving geweest als het gaat om arbeidsparticipatie van vrouwen. In de tijd dat Nicci en ik studeerden, bijvoorbeeld, waren bijna alle geneeskundestudenten man. Tegenwoordig is meer dan de helft vrouw. Dat is geweldig. Al betekent het ook dat veel mannen die voorheen nog arts konden worden, nu niet meer toegelaten worden tot de opleiding. Dat leidt tot veel boze mannen. We willen daar geen artikelen over schrijven, maar het is wel de wereld waarin onze verhalen zich afspelen.’

‘Kijk maar naar wat er in Amerika gebeurt,’ haakt Gerrard aan, ‘waar boze jonge mannen uren op hun computer zitten en op smerige websites hartberichten over vrouwen achterlaten. Het is het tijdperk van haat.’

Meer dan een aanwijzing

Ook al willen French en Gerrard geen ideologische boodschap overbrengen in hun boeken, fictie kan wel een plek zijn om te reflecteren op thema’s als geweld tegen vrouwen. ‘Onlangs zei een actrice in een debat dat we geen vrouwelijke slachtoffers meer in thrillers zouden moeten hebben, omdat dat altijd gepaard gaat met een soort pornografisch geweld,’ vertelt French. ‘We denken niet dat je nooit meer vrouwelijke slachtoffers kan hebben in je verhaal, maar we zijn het deels met haar eens. Bij iedere scène die wij schrijven waarin een vrouw slachtoffer wordt van geweld, vragen wij ons af of er ook maar iemand enigszins opgewonden van zou kunnen raken.’

Vrouwelijke slachtoffers helemaal vermijden zou uitwissing zijn, vindt Gerrard. ‘Voor ons is het belangrijk dat het slachtoffer meer is dan een aanwijzing die op de grond ligt. We zorgen ervoor dat ze een leven heeft, dat anderen om haar geven, dat ze gemist wordt. In Verkeerde afslag wordt Amy aan het begin vermoord, maar haar geest dwaalt nog in het hele boek rond omdat ze een plekje in ieders hart heeft.’ French vult aan: ‘We wilden zo realistisch mogelijk vertellen wat er met haar en haar familie gebeurt; hoe het is om iemand te verliezen, welke impact dat heeft op zo’n kleine dorpsgemeenschap.’

Voordat de auteurs beginnen met een nieuw boek, kijken ze niet alleen naar het nieuws en hun eigen angsten. ‘We proberen onszelf ook uit te dagen met nieuwe verhaalstructuren,’ legt Gerrard uit. French vult aan: ‘Het idee om in dit boek meerdere structuren te gebruiken kwam al meteen aan het begin. Onze boeken ontstaan vanuit gesprekken: zou dit een verhaal kunnen zijn, wie zijn de personages, waar gebeurt dit? Maar een van de belangrijkste vragen is wat de structuur van het verhaal zou moeten zijn. Soms weet de lezer al aan het begin wie de moordenaar is, soms pas aan het eind. Daarmee spelen kan de spanning in het boek nog verder opvoeren.’

Hoe vinden jullie de juiste balans tussen spannend schrijven en respectvol omgaan met jullie ‘slachtoffers’?

Gerrard: ‘Als je probeert om in de huid te kruipen van elk personage in je boek, zelfs de bijrollen, merk je dat ieder het middelpunt is van diens eigen verhaal. Door jezelf helemaal onder te dompelen in hun wereld, leer je die personages kennen en begrijp je hun motivaties. Daar moet je naar luisteren.’

French: ‘Al kan daar een gevaar in liggen voor sommige thrillerschrijvers. Soms heeft een moordenaar in een verhaal een bepaalde aantrekkingskracht, waardoor een lezer zich kan identificeren met de moordenaar. Als een personage plezier of genot haalt uit geweld, wil je voorkomen dat lezers die scène te veel vanuit zijn wereld beleven.’

Dat doet me denken aan Nederlandse media, die bij femicide ook vaak het daderperspectief centraal stellen. Geschokte buren vertellen bijvoorbeeld dat het zo’n aardige man was.

French: ‘Dat is bij ons ook. In de rechtszaal vertelt zo’n man dat iets bij hem knapte, waar de mannelijke juryleden dan begrip voor hebben. Daarna gaat het wél weer over haar, op een schadelijke manier. Had ze een affaire? Was ze berucht? Er wordt dan alles aan gedaan om haar reputatie te schaden.’

Gerrard: ‘Gelukkig is er een tegengeluid in fictie. Hallie Rubenhold schreef De vijf van Whitechapel, over slachtoffers van de negentiende-eeuwse seriemoordenaar Jack the Ripper. Eindelijk gaat het eens niet over hem, maar wordt het verhaal verteld van de vrouwen wier leven hij ontnam.’

Ook in jullie boeken zit dat tegengeluid. De vrouwelijke hoofdpersonen zijn behoorlijk feministisch, net als Maud O’Conner in dit boek. Hoe is zij ontstaan?

Gerrard: ‘De thrillers die wij graag lezen hebben vaak een mannelijke detective als hoofdpersoon, een beschadigde man van middelbare leeftijd. Wij wilden daar een jonge, moderne vrouw tegenover zetten. Een veerkrachtige vrouw die niet gekweld wordt door haar verleden, maar goed problemen kan oplossen. Dus introduceerden we Maud in Heeft iemand Charlotte Salter gezien? We mochten haar, dus we besloten meer tijd met haar door te brengen. Ze is een frisse wind in duistere situaties. Dat optimisme, dat vonden we fijn.’

French: ‘De enige andere keer dat we een serie schreven, die met Frieda Klein, besloten we vooraf dat het acht boeken zouden worden. Dat communiceerden we zelfs naar buiten toe. Een dwaas idee, stel dat het niet gelukt was! Toen we met Maud begonnen wisten we niet dat ze terug zou komen, maar we wilden haar graag weer zien.’

Gerrard: ‘Als personage is Maud misschien wel het resultaat van deze beangstigende tijd waarin we leven. Maud brengt positiviteit en plezier, ze blijft geloven dat je verschil kan maken in de wereld.’

Is ze daarin wat meer tegenovergesteld aan Frieda?

Gerrard: ‘Ik denk niet dat ze tegenovergestelden zijn, we wilden gewoon niet een nieuwe Frieda schrijven.’

French: ‘Er is een scène in het eerste boek met Frieda, Blauwe maandag, waar een vrouwelijke patiënt met haar komt praten. Ze is er slecht aan toe. Nu blijkt dat ze ook door een andere therapeut is geholpen en door hem misbruikt is. Na het gesprek stapt ze in een taxi, zoekt die man op en slaat hem in zijn gezicht. Maud zou zoiets nooit doen.’

Gerrard: ‘Ik denk dat Maud dat wel zou doen.’

French: ‘Nee, Maud zou haar zelfcontrole niet verliezen in zo’n situatie.’

Gerrard: ‘Hier moeten we het maar eens over hebben.’

Zo te horen zouden ze wel goede vrienden worden?

French: ‘Dat is een leuke gedachte.’

Gerrard: ‘Ik denk zeker dat ze vrienden zouden zijn. Zelf zou ik bang zijn dat Frieda dwars door me heen zou kijken, maar Maud zou zich daar niet druk om maken. Ze is comfortabel met wie ze is.’’

French: ‘Het zou interessant zijn om ze bij elkaar te zetten in een boek, zoals van die cross-overs als Alien vs. Predator.’

Gerrard: ‘Wie weet gaan we dat doen, over een boek of twee.’

Er is al genoeg gezegd en geschreven over hoe jullie samenwerken en samen schrijven. Dus ik was benieuwd of jullie ook samen lezen?

French: ‘Dat is een geweldige vraag, want we lezen niet alleen dezelfde boeken, maar we lezen ook hardop aan elkaar voor.’

Gerrard: ‘Iedere september gaan we samen op wandelvakantie om het volgende boek te bedenken. De laatste keer waren we een halve dag aan het wandelen door vreselijke regen. We kwamen aan in ons hotel, als verzopen katjes, namen een douche en gingen met onze boeken op bed liggen. Sean las de eerste regel uit zijn boek voor, met het idee om daarna zelf verder te lezen, maar las uiteindelijk in zes uur het hele boek voor. Dat was een van de fijnste dagen van mijn leven. Ik lag gewoon op bed, in m’n hotelbadjas, te luisteren naar Sean die aan me voorlas.’

French: ‘Lezen en schrijven zijn zo nauw verbonden met elkaar. Alle schrijvers lezen om hun wereld te vergroten. Lezers geven boeken die ze mooi vonden vaak door, en dat is precies wat lezen zou moeten zijn. Het is een sociale gebeurtenis, ook als je het alleen doet en later over het boek praat. Leesclubs gaan eigenlijk niet over boeken, maar over het leven.’

Wat voegt hardop lezen voor jullie toe aan de leeservaring?

Gerrard: ‘Het voegt een hele dimensie toe, we praten over het boek terwijl we het lezen of horen. Sommige boeken willen hardop gelezen worden. Als ik word voorgelezen, ga ik sneller huilen van een verhaal.’

French: ‘Een van onze dochters is getrouwd met een acteur. Tijdens een familieweekend, na een paar flessen wijn, lazen we een heel toneelstuk met z’n allen. Lezen moet leuk zijn, het moet niet voelen als een verplichting.’

Gerrard: ‘Ook las ik hardop voor aan mijn moeder, tegen het einde van haar leven. Ze was erg kwetsbaar en verloor haar geheugen. Ik belde haar iedere middag op om gedichten aan haar voor te lezen.’

Welke boek zouden jullie aanraden aan de lezers op Hebban om hardop te lezen?

French: ‘True Grit van Charles Portis, dat veel mensen zullen kennen van de film. Vaak haken mensen af omdat het een western is, maar het wordt verteld vanuit het perspectief van de 14-jarige hoofdpersoon. Zij heeft zo’n specifieke stem, heel bijzonder.’

Gerrard: ‘Er zijn zoveel boeken waar ik uit wil kiezen! Maar ik ga voor een traditionele keuze, Jane Eyre van Charlotte Brontë. Dat is een goed boek om hardop te lezen, want haar stem loopt er zo mooi doorheen.’