De Britse journalist Sophie Elmhirst stuitte bij toeval op het verhaal van schipbreukelingen Maurice en Maralyn Bailey, die in 1973 maar liefst 118 dagen overleefden in de Stille Oceaan. Wat deed dat met hun relatie? Die vraag liet de journalist niet meer los, dus besloot ze een boek over het echtpaar te schrijven. ‘Ik wilde hun hele verhaal vertellen, niet alleen een Disney-versie van hun redding.’

Een afbeelding van het interview met Sophie Elmhirst op Hebban.nl.

VOOR

Hebban.nl

WAT

interview

WANNEER

juni 2026

Coronatijd. In plaats van de straat op te gaan, op zoek naar verhalen, speurde de Britse journalist Sophie Elmhirst het internet af. Ze wilde een verhaal schrijven over mensen die hun land willen ontvluchten. Maar tijdens haar zoektocht stuitte ze op iets heel anders. ‘Ik kwam op een website terecht met verhalen over schipbreukelingen,’ vertelt ze in een videogesprek. ‘Er stonden ook foto’s bij van de mensen die het overleefd hadden. Plotseling zag ik een kleine foto van een man en een vrouw: je kon duidelijk zien dat het een stel was.’

De kleine foto trok meteen haar aandacht, want het stel viel uit de toon. ‘De meeste foto’s waren van mannen op een onbewoond eiland, mannen die er verwilderd en vermagerd uitzagen,’ legt Elmhirst uit. ‘Ik was verbaasd over de aanwezigheid van een vrouw, want die zag je op geen enkele andere foto. Dus wilde ik weten wie deze twee waren. Ik las snel verder en kwam erachter dat ze Brits zijn en in de jaren zeventig op reis gingen met hun zeilboot.’

Korte sensatie

Het paar ging op zeilreis van Southampton naar Nieuw-Zeeland, maar daar kwamen ze nooit aan. Onderweg naar de Galapagos-eilanden werd de boot van Maurice en Maralyn van onderen geramd door een gewonde walvis. De beschadiging was onherstelbaar, dus maakte Maurice het reddingsvlot klaar en verzamelde Maralyn zoveel mogelijk water, voedsel en wat andere spullen, zoals hun dagboeken. ‘Na hun redding hebben ze hun avontuur opgetekend en er een boek over gepubliceerd: 117 Days Adrift,’ vertelt Elmhirst. Omdat de media het aantal dagen verkeerd had opgeschreven, hielden ze dat aantal aan. ‘Kort na hun redding in 1973 zijn ze regelmatig in de media geweest, ze waren een heuse sensatie. Dus ik snapte niet dat ik hun verhaal niet eerder had gehoord.’

Niemand in Elmhirsts omgeving bleek ooit van Maurice en Maralyn te hebben gehoord, dus besloot ze hun verhaal opnieuw te vertellen. De eerste stap in haar onderzoek was het boek lezen dat ze zelf over hun schipbreuk hadden geschreven. ‘Hun verhaal is erg meeslepend, ik raakte gefascineerd door wat ze hadden meegemaakt,’ vertelt de journalist. ‘Ze beschreven tot in detail hun tijd op het reddingsvlot. Hoe lang ze op zee waren, wat ze moesten eten om te overleven, alle andere extremen. Ze beschreven alles erg feitelijk. Dus wat me vooral bleef boeien, was dat ze dit allemaal als echtpaar hadden doorgemaakt. Wat betekent het om op die manier te moeten overleven met je partner? Wat doet een crisis van die proportie met je relatie?’

Duik in archieven

Om die vragen te kunnen beantwoorden, was er meer journalistiek onderzoek nodig. Als schrijver van longreads was ze die aanpak gewend. Alleen kon ze Maurice en Maralyn zelf niet spreken: hij overleed in 2018 op 85-jarige leeftijd, zij overleed zestien jaar eerder en werd slechts 61. ‘Ik las alles wat er maar over hen te vinden was,’ vertelt ze. ‘Ik keek documentaires waar ze in zaten, ik las nieuwsartikelen uit die tijd, ik luisterde naar radio-interviews. Ik had geluk dat ik kon samenwerken met een archiefonderzoeker, die me aan allerlei materiaal uit de omroeparchieven kon helpen.’

Veel van de details kon ze gebruiken in haar boek, maar toch bleef het verhaal te veel aan de oppervlakte. ‘Maurice had het grootste deel van hun boek geschreven,’ vertelt Elmhirst. ‘Toen ik later hun dagboeken las, bleken ook die heel feitelijk – ook die van Maralyn. Ik wilde meer weten over wie ze waren, wat er aan hun reis voorafging en wat er gebeurde in de jaren na hun redding.’

Elmhirst ging op zoek naar zoveel mogelijk mensen die Maurice en Maralyn gekend hadden. ‘Gelukkig waren verschillende van die mensen nog in leven,’ zegt ze. ‘Ik reisde naar Derby waar ze zijn opgegroeid, waar ik met Maralyns zus sprak. Ik ging naar Southampton waar ze later in hun leven woonden en ik ontmoette hun buren. Ik sprak met vrienden uit de zeilwereld, die me konden bijpraten over hoe zo’n zeilreis ging in die tijd. Op die manier kon ik hun verhaal met steeds meer gevoel inkleuren.’

Met twee van die vrienden, Colin en June, gingen Maurice en Maralyn op een tweede zeilreis. Al op het reddingsvlot had het echtpaar besloten nóg een boot te bouwen en weer op reis te gaan – als ze het tenminste zouden overleven. Over die tweede reis schreven ze ook een boek, Second Chance: Voyage to Patagonia, maar dat werd beduidend minder succesvol. Elmhirst: ‘Dat boek schreven ze eigenlijk vooral om inkomen te genereren, al was Maurice wel een aspirant-schrijver.’ Toen Elmhirst de reisgenoten opzocht, was June helaas al overleden. ‘Maar met Colin heb ik veel kunnen spreken. Hij kende Maurice en Maralyn als vrienden, maar ook als zeilers. Hij wist hoe ze waren op een boot, hij wist hoe ze zich gedroegen op reis. Daardoor was hij een belangrijke bron en gaf hij een rijk perspectief op hun leven.’

Tegengestelde karakters

Op basis van alle gesprekken en alles wat ze had gelezen en gezien, moest Elmhirst wel concluderen dat Maurice en Maralyn tegenovergestelde karakters hadden. Ze herinnert zich een gesprek met Maralyns zus. ‘Zij had hun relatie nooit begrepen,’ zegt ze. ‘Hij was zo’n moeilijke man, terwijl zij zo levendig was.’ Misschien was die tegenstelling juist nodig om te kunnen overleven, denkt Elmhirst. ‘Het is grappig hoe ze eigenlijk van rol wisselen op zee. Op papier is Maurice de kapitein, want hij was de ervaren zeiler en reiziger. Zij was een stuk jonger en had nooit gevaren – ze kon niet eens zwemmen. Maar zodra ze op hun reddingsvlot belanden, neemt zij de leiding en houdt zij hen allebei in leven. Ze brachten allebei iets in de relatie: zij doorzettingsvermogen, hij toewijding en respect naar haar.’

Toen Maralyn op 61-jarige leeftijd aan kanker overleed, raakte Maurice diep in de put. Hij wist niet meer wat hij met zichzelf aan moest, zonder zijn opbeurende vrouw. ‘Ik ontdekte dat hij in die periode allerlei brieven schreef,’ vertelt Elmhirst. ‘Hij was in diepe rouw, eenzaam en depressief. Hij zonderde zich nog meer van de wereld af dan hij daarvoor al deed. Hij raakte in een soort verlamming nadat zijn steun en toeverlaat er niet meer was.’ Door die brieven wist ze dat hun verhaal nog bijzonderder was, en dat ze hun héle leven in het boek wilde vangen. ‘Zelfs als je 118 dagen op zee hebt overleefd, ontkom je niet aan de donkere kanten van het leven,’ zegt ze. ‘Dat verdriet gaf het verhaal nog een diepere laag. Ik leefde met hem mee.’

Verbinding

Medeleven was niet de enige emotie die Elmhirst voelde tijdens het schrijven. ‘Ik was verrast door alle gevoelens die ik voor het stel kreeg,’ vertelt ze. ‘Ik hoor van lezers vooral dat ze bewondering voelen voor Maralyn, voor haar kracht, moed en creativiteit. En dat ze het pessimisme van Maurice een nachtmerrie vinden. Maar ik merkte dat ik juist meer sympathie voelde voor Maurice. Hij is van nature niet zo optimistisch, worstelt wat meer met zijn gedachtes; dat beperkt je op een bepaalde manier. Lezers snappen niet hoe zij het met hem uithield, maar hoe meer ik over hem schreef hoe meer sympathie ik kreeg. Misschien lijk ik wel wat meer op hem.’

Geïnspireerd om op een zeilboot te stappen is Elmhirst door het schrijven van dit verhaal niet. Wel beseft ze nog beter hoe belangrijk verbinding met andere mensen is. ‘De verbinding met zijn vrouw hield Maurice op de been,’ zegt ze. ‘Niet alleen op het reddingsvlot, maar ook in al die jaren erna. Als zij overlijdt, zondert hij zich steeds verder af van de wereld. Terwijl juist die menselijke verbinding ervoor gezorgd heeft dat ze 118 dagen op zee hebben overleefd.’